Wie aan De Graafschap denkt, denkt aan John Leeuwerik (60). De oud-speler was van 1981 tot en met 1992 actief voor de Doetinchemse profclub. Zijn lange staat van dienst bezorgde hem de titel Mister De Graafschap, een erenaam die hij deelt met Guus Hiddink en Jan Vreman. “Eerlijk gezegd ben ik daar best trots op.”

John Leeuwerik bleef De Graafschap altijd trouw. NEC had ooit interesse, maar tot een overgang kwam het niet. “Dat zag ik niet zitten. Mijn gevoel zei nee. Echte clubliefde zie je nu trouwens niet zo veel meer. Spelers verkassen om de haverklap.” John was altijd een stabiele factor, hij verzaakte nooit. In 423 wedstrijden scoorde hij 113 doelpunten. De dynamische middenvelder had overzicht en een goed schot. De inwoner van ’s-Heerenberg genoot van het spelletje en mist het nog iedere dag. “Gelukkig heb ik mijn trainerspapieren gehaald en sta ik nog bijna dagelijks langs het veld. Ik kan niet zonder voetbal.” Als trainer begon John bij MvR. Daarna was hij oefenmeester bij VV VIOD, WVC, GSV ’38, VV Doetinchem en nu HC’03.  

Wat is in jou ogen een superboer?
“Een superboer is iemand die De Graafschap op een positieve manier naar buiten brengt. Dat kunnen clubmensen zijn die concreet iets doen, maar zeker ook de supporters. Zij zijn een grote steun voor het team, dat heb ik tijdens mijn carrière ook altijd zo ervaren.”

Wat is je eerste herinnering aan De Graafschap?
“Ik was 13 jaar en speelde in de jeugd bij MvR. Via Joop Doornebos, keeper van De Graafschap en ook inwoner van ’s-Heerenberg, kreeg ik een uitnodiging voor een proeftraining. Dat weet ik nog goed. Guus Hiddink was jeugdtrainer en onder hem trapte ik mijn eerste balletje voor De Graafschap op sportpark Groenendaal. Een mooie start. Maar de mooiste herinnering is toch het seizoen 90-91 en het kampioenschap onder leiding van Simon Kistemaker, een fantastisch jaar.”

Heb je nog enige betrokkenheid bij de club?
“Zeker, ik volg De Graafschap op de voet, het voelt nog steeds als mijn club. Regelmatig bezoek ik wedstrijden en ik speel met Oud-De Graafschap. Dat is reuze gezellig, leuk herinneringen ophalen met teamgenoten van destijds. Ik ben nog best fit, dat gaat me dus redelijk makkelijk af. Hopelijk houd ik dat nog een tijdje vol, dan blijf je betrokken.”

Wat moet de club doen om een stabiele eredivisieclub te worden?
“Investeer in twee of drie goede spelers. Met een kwaliteitsimpuls maak je het verschil. Dat geld verdien je bij een promotie dubbel en dwars terug. Nu de nummer 1 en 2 promoveren is dit dé kans om weer terug te keren op het hoogste niveau. We zien hier Heerenveen en Heracles altijd als voorbeeld. Dat moet in Doetinchem ook mogelijk zijn. Het zelf opleiden van jeugd blijft overigens ook een belangrijke voorwaarde voor succes.”

Wie is de beste ambassadeur van de club?
“Dan komt bij gelijk één naam naar boven: Guus Hiddink. Hij heeft een groot netwerk en een geweldige uitstraling. Het zou mooi zijn als hij met zijn achtergrond en ervaring iets wil doen voor de club.”

Wat moet er zo snel mogelijk veranderen als jij het mocht zeggen?
“Als buitenstaander kun je niet in keuken of achter de schermen kijken. Daarom vind ik het heel lastig om daar een gegronde mening over te hebben. Het is belangrijk dat de sfeer van de club behouden blijft. Daarmee bind je supporters en sponsors.”

Welke oud-speler zou prima in het huidige elftal passen?
“Dan wil ik drie spelers noemen. Edwin Godee, Eric Viscaal en Ali Ibrahim. Dat waren bepalende, creatieve spelers, daar houd ik van.”

Waar in de Achterhoek kunnen we je tegen het lijf lopen?
“Ik ben als trainer veel op het voetbalveld te vinden. Verder werk ik als drukker inmiddels 44 jaar bij Kolibrie. Echte hobby’s heb ik verder niet. In mijn vrije tijd besteed ik als familiemens veel tijd aan kinderen en kleinkinderen, daar kan ik echt van genieten.”

Klik hier om jouw puzzel in te sturen